Nieuwe F-gassencertificering: wat verandert er voor monteurs en bedrijven? 

Werken met koudemiddelen vraagt om vakkennis, duidelijke afspraken en de juiste certificering. En juist op dat laatste gebied verandert er veel. 

Door de herziene Europese F-gassenverordening zijn de regels voor certificering uitgebreid. De certificeringsplicht geldt niet alleen voor F-gassen, maar ook voor bepaalde natuurlijke koudemiddelen, zoals koolwaterstoffen, CO₂ en ammoniak. 

In Nederland is dit uitgewerkt in een nieuw certificeringsstelsel met BRL 200 voor personen en BRL 100 voor ondernemingen. 

Wat betekent dat voor monteurs en installatiebedrijven? 

Een breder certificeringsstelsel 

De nieuwe regels zijn breder dan de certificering die we tot nu toe kennen. Naast werkzaamheden met F-gassen vallen ook werkzaamheden met bepaalde natuurlijke koudemiddelen onder de certificeringsplicht. 

Binnen BRL 200 versie 2.0 zijn verschillende certificaten beschikbaar: A1, A2, B, C, D en E. Welk certificaat nodig is, hangt af van het type koudemiddel en de werkzaamheden die worden uitgevoerd. Zo zijn A1 en A2 gericht op F-gassen en koolwaterstoffen. B is gericht op CO₂ en C op ammoniak. D en E zijn bedoeld voor specifieke werkzaamheden. 

Kort gezegd: niet iedere monteur mag iedere werkzaamheden met ieder koudemiddel uitvoeren. De certificering sluit aan op het soort werk en het koudemiddel waarmee wordt gewerkt. 

Wat betekent dit voor monteurs?  

De grootste uitdaging in field service is vaak capaciteit: niet genoeg mensen, of niet de juiste De nieuwe persoonscertificaten volgens BRL 200 versie 2.0 worden sinds 29 maart 2026 uitgegeven. Voor werkzaamheden met NH₃ en CO₂ gold vanwege de overgang een tijdelijke regeling voor examens tot uiterlijk 1 juli 2026. 

Voor bestaande certificaten gelden overgangsregels. Certificaten die tijdens de overgangsperiode zijn behaald, kunnen onder voorwaarden geldig blijven tot uiterlijk 12 maart 2029. Uiterlijk op die datum moet iedereen die onder de nieuwe certificeringsplicht valt, over een certificaat volgens het nieuwe systeem beschikken. 

Voor installatiebedrijven betekent dit dat het belangrijk is om nu al inzicht te hebben in de certificaten van hun monteurs. Welke certificaten zijn aanwezig? Voor welke werkzaamheden gelden ze? En wanneer moet een monteur overstappen naar het nieuwe systeem? 

Niet alleen monteurs krijgen nieuwe regels  

Ook voor installatiebedrijven verandert er iets. 

De eisen voor ondernemingen zijn vastgelegd in BRL 100 versie 3.0. Deze richtlijn geldt voor bedrijven die voor derden werkzaamheden uitvoeren met F-gassen en bepaalde natuurlijke koudemiddelen. 

BRL 100 versie 3.0 treedt formeel in werking op 31 augustus 2026. Vanaf 1 september 2026 worden nieuwe aanvragen voor bedrijfscertificering volgens de nieuwe versie behandeld. Bestaande bedrijven gaan via hun reguliere auditcyclus over naar BRL 100 versie 3.0. 

Bestaande certificaten volgens BRL 100 versie 2.0 blijven tijdens de overgang geldig tot uiterlijk 31 augustus 2028. Voor bedrijven die aan het einde van de overgangsperiode zitten, geldt onder voorwaarden een hersteltermijn tot uiterlijk 30 november 2028. 

Van certificaat naar dagelijkse praktijk  

De verandering gaat dus verder dan alleen een nieuw certificaat. 

Voor een installatiebedrijf is het belangrijk om te weten welke monteur welke werkzaamheden mag uitvoeren. Zeker wanneer je met verschillende koudemiddelen en meerdere monteurs werkt. 

In de praktijk staat die informatie niet altijd op één plek. Een certificaat kan bijvoorbeeld in een personeelsdossier staan, terwijl de planning in een ander systeem wordt gemaakt. 

Stel: een werkorder vraagt om werkzaamheden aan een installatie met CO₂. De planner moet dan kunnen controleren of de monteur die wordt ingepland over het juiste certificaat beschikt. Als die informatie verspreid staat over verschillende systemen of documenten, kost die controle tijd en is de kans op fouten groter. 

Juist daarom wordt het steeds belangrijker om certificering niet los te zien van de dagelijkse planning en werkvoorbereiding 

Houd grip op certificaten en bevoegdheden 

Door certificaten en bevoegdheden onderdeel te maken van de dagelijkse bedrijfsvoering, kun je bijvoorbeeld eenvoudiger bijhouden: 

  • welke certificaten een monteur heeft; 
  • voor welke werkzaamheden een certificaat geldt; 
  • wanneer certificaten verlopen; 
  • welke monteurs beschikbaar en bevoegd zijn voor bepaalde werkzaamheden;
  • en welke certificeringsinformatie bij een uitgevoerde opdracht hoort. 

Zo wordt certificering niet iets waar je alleen tijdens een audit naar kijkt, maar een onderdeel van het normale werkproces. 

Wachten tot 2029? Niet nodig. 

De nieuwe certificeringsregels zijn al van kracht. Voor monteurs is het nieuwe certificeringsstelsel inmiddels ingevoerd en vanaf 1 september 2026 start voor bedrijven de overgang naar BRL 100 versie 3.0. 

Dit is daarom een goed moment om te bekijken hoe certificaten, monteurs en werkzaamheden binnen de organisatie worden geregistreerd. 

Kun je bij het plannen van een werkorder direct zien welke monteur bevoegd is voor het werk? En weet je wanneer certificaten verlopen of wanneer een monteur moet overstappen naar het nieuwe systeem? 

Hoe beter je dit vooraf organiseert, hoe kleiner de kans dat de nieuwe regels later vooral extra administratie opleveren. 

Bij Bluace geloven we dat regelgeving het beste werkt wanneer je deze onderdeel maakt van je dagelijkse processen. 

Door informatie over monteurs, certificaten, werkzaamheden en planning goed met elkaar te verbinden, ontstaat meer overzicht en wordt het eenvoudiger om volgens de nieuwe eisen te werken. 

De regels veranderen. Je bedrijfsproces hoeft daardoor niet ingewikkelder te worden. 

Benieuwd hoe je certificering en monteursgegevens slimmer kunt organiseren?   

Mark Landman

085 – 8200802

info@bluace.nl

F-gassencertificering

Scroll naar boven